Home / Verklarende woordenlijst IT-security

Lanconstruct

Verklarende woordenlijst IT-security

Cyber­se­cu­ri­ty zit vol vak­ter­men en afko­rtin­gen. In deze woor­den­li­jst leggen we de belan­grijk­ste begrip­pen uit in gewone taal, zodat je onze pagina’s — en je eigen IT — beter begri­jpt. Een term die je zoekt ont­breekt? Laat het ons weten, dan vullen we ze aan.

A – D

2FA / MFA (twee­staps­verificatie)

Een extra bewi­js van iden­titeit naast je wacht­wo­ord — een code, app of vinger­af­druk. Zelfs met een gestolen wacht­wo­ord raakt een aan­valler zo niet binnen.

Back-up

Een aparte kopie van je gegevens die je kan terugzetten na ver­lies, een fout of een aan­val. Zie onze pag­i­na over back-up en her­s­tel.

BIMI

Een stan­daard waarmee je bedri­jf­s­l­o­go naast je e‑mails ver­schi­jnt in de inbox, als visueel bewi­js van echtheid. Vereist een strik­te DMARC-instelling.

Brute force

Een aan­val die geau­toma­tiseerd ein­de­loos wacht­wo­or­den of codes probeert tot er één past. Wordt tegenge­houden door sterke wacht­wo­or­den, 2FA en het beperken van pogingen.

CDN

Con­tent Deliv­ery Net­work: een wereld­wi­jd netwerk van servers dat je web­site sneller én veiliger maakt door ver­keer op te van­gen en te verdelen.

CyFun (CyberFundamentals)

Het cyber­se­cu­ri­ty-basiskad­er van het Cen­trum voor Cyber­se­cu­ri­ty Bel­gië (CCB), met oplopende niveaus die aansluiten op inter­na­tionale normen.

DANE / TLSA

Een tech­niek die via een TLSA-record (en DNSSEC) vastlegt welk cer­ti­fi­caat een mailserv­er moet tonen, zodat ver­sleuteld e‑mailverkeer niet stiekem kan wor­den afgezwakt.

DDoS

Een aan­val die een web­site of serv­er over­spoelt met ver­keer tot ze onbereik­baar wordt. Een dienst zoals Cloud­flare vangt zulk ver­keer op.

DKIM

Een dig­i­tale handteken­ing op je e‑mails die bewi­jst dat de inhoud onder­weg niet gewi­jzigd is. De ont­vanger con­troleert ze via een sleu­tel in je DNS.

DMARC

Een beleid dat vertelt wat een ont­vanger moet doen met e‑mail die zich als jouw domein voor­doet maar de con­troles (SPF/DKIM) niet doorstaat. Beschermt tegen vervalsing.

DNS

Het “tele­foon­boek van het inter­net”: het ver­taalt domein­na­men naar adressen en regelt onder meer waar je e‑mail naar­toe moet. Zie domein­be­heer.

DNSSEC

Een beveilig­ing die DNS-antwo­or­den dig­i­taal ondertekent, zodat nie­mand ze onge­merkt kan ver­valsen. De basis waarop onder meer DANE steunt.

E – L

EDR

End­point Detec­tion & Response: mod­erne toestel­beveilig­ing die verder gaat dan klassieke antivirus en ook ver­dacht gedrag opspoort en erop reageert.

Endpoint

Elk toes­tel dat op je netwerk aansluit: lap­top, desk­top, serv­er of smart­phone. Elk end­point is een mogelijke toe­gangspoort en ver­di­ent bescherming.

Firewall

Een fil­ter dat bepaalt welk netwerkver­keer wel en niet bin­nen mag. De eerste buiten­grens van je netwerk.

GDPR / AVG

De Europese pri­va­cy­wet­gev­ing die regelt hoe je met per­soon­s­gegevens moet omgaan. Geldt voor elke onderne­m­ing die zulke gegevens verwerkt.

Group Policy

Een Win­dows-tech­nolo­gie om instellin­gen en beveilig­ing cen­traal op te leggen aan com­put­ers in een bedri­jf­s­netwerk (via Active Directory).

IAM

Iden­ti­ty & Access Man­age­ment: het beheer van wie toe­gang heeft tot wat, zodat elke gebruik­er enkel kri­jgt wat hij nodig heeft.

Immutable back-up

Een onveran­der­bare kopie die bin­nen een bewaarter­mi­jn niet gewi­jzigd of gewist kan wor­den — ook niet door een gehackt account. Cru­ci­aal tegen ransomware.

Intune / MDM

Microsoft Intune is een cloud­di­enst voor Mobile Device Man­age­ment (MDM): het cen­traal beheren en beveili­gen van lap­tops, desk­tops en tele­foons. Zie werk­plek­be­heer.

Least privilege

Het principe dat iedereen enkel de recht­en kri­jgt die strikt nodig zijn. Zo bli­jft de schade beperkt als een account gecom­pro­mit­teerd raakt.

M – R

Malware

Verza­mel­naam voor kwaadaardi­ge soft­ware: virussen, spy­ware, ran­somware en meer. Bedoeld om schade te berokke­nen of gegevens te stelen.

MTA-STS

Een stan­daard die afd­wingt dat e‑mail naar jouw domein ver­sleuteld wordt afgeleverd, zodat de verbind­ing niet stiekem kan wor­den afgezwakt — ook zon­der DNSSEC.

MX-record

Een DNS-record dat aangeeft welke serv­er de e‑mail voor jouw domein ontvangt.

NAS

Net­work Attached Stor­age: een opslag­toes­tel op je netwerk dat dien­st­doet als gedeelde file­serv­er en back-upbestem­ming. Zie file­serv­er & NAS.

NIS2

Een Europese richtli­jn die organ­isaties in bepaalde sec­toren ver­plicht tot degelijk risi­cobe­heer en tot het melden van inci­den­ten bin­nen strik­te termijnen.

Passkey

Een mod­ern, phish­ing-bestendig alter­natief voor het wacht­wo­ord, gebaseerd op je toes­tel en bio­me­trie. Geen wacht­wo­ord meer om te stelen.

Patch

Een soft­ware-update die fouten en kwets­baarhe­den dicht. Tijdig patchen is een van de meest doel­tr­e­f­fende beveiligingsmaatregelen.

Phishing

Oplicht­ing waar­bij iemand zich voor­doet als een vertrouwde par­tij om je gegevens te ont­fut­se­len of je op een malafide link te lat­en klikken. Ver­dacht bericht? Stu­ur het door naar [email protected].

Ransomware

Gijzel­soft­ware die je gegevens ver­sleutelt en los­geld eist. Geteste, geï­soleerde back-ups zijn je beste ver­weer. Zie het nood­plan.

RTO / RPO

Twee her­stel­doe­len: de RTO is hoe snel je weer oper­a­tion­eel moet zijn, de RPO is hoeveel data je max­i­maal mag ver­liezen. Ze bepalen je back-upstrategie.

S – Z

Social engineering

Manip­u­latie van mensen in plaats van tech­niek: een aan­valler mis­lei­dt je om zelf de deur te ope­nen. Phish­ing is de bek­end­ste vorm.

SPF

Een DNS-record dat aangeeft welke servers namens jouw domein e‑mail mogen ver­s­turen. Zo wordt ver­vals­ing moeilijker.

SSL / TLS

De ver­sleutel­ing die ver­keer tussen bezoek­er en serv­er beschermt (het slot­je in je brows­er). TLS is de mod­erne opvol­ger van SSL.

TLS-RPT

Een stan­daard die je rap­porten bezorgt over prob­le­men met ver­sleutelde e‑maillevering, zodat je fouten snel opmerkt.

VPN

Vir­tu­al Pri­vate Net­work: een ver­sleutelde tun­nel die veilig werken op afs­tand mogelijk maakt, ook op een onvertrouwd netwerk.

WAF

Web Appli­ca­tion Fire­wall: een fil­ter dat kwaadaardig ver­keer tegen­houdt vóór het je web­site bereikt. Zie web­site­beveilig­ing.

Zero-day

Een kwets­baarheid die nog niet gek­end of gepatcht is op het moment dat ze wordt mis­bruikt — en dus extra gevaarlijk.

Nog vragen bij een begrip?

We leggen graag uit wat een term con­creet voor jouw onderne­m­ing betekent — in gewone taal.

 

Vragen?

Laten we jouw beveiliging bekijken.

Neem vrijblijvend contact op met je plannen of vragen.